Liquiditeitsbegroting: voorbeeld, opzet en het verschil met een prognose
Een begroting met een keurige winst kan in april toch rood staan. Zo vertaal je je jaarplan naar de bank, met een voorbeeld van een halfjaar en de posten die bijna iedereen vergeet.
November is de maand van de begroting. De omzet voor volgend jaar staat op papier, de kosten zijn doorgerekend en onder de streep staat een keurige winst.
Toch heeft de bank, je accountant of je eigen gemoedsrust in maart weinig aan dat document. Daarvoor heb je een liquiditeitsbegroting nodig: dezelfde plannen, vertaald naar wat er per maand op je bankrekening gebeurt. In dit artikel lees je hoe je hem opzet, met een ingevuld voorbeeld dat je kunt overnemen, de posten die bijna altijd vergeten worden en hoe je hem daarna naast je werkelijke cijfers legt.
Het verschil met een exploitatiebegroting en een prognose
Een exploitatiebegroting gaat over omzet en kosten en eindigt met een resultaat. Een liquiditeitsbegroting gaat over ontvangsten en uitgaven en eindigt met een banksaldo. Het verschil zit in de timing, en in posten die wel geld kosten maar geen kosten zijn.
Omzet van januari komt in februari of maart binnen. Een investering staat in de exploitatiebegroting alleen als afschrijving, maar gaat in één keer van de rekening. En btw komt in de exploitatiebegroting helemaal niet voor, terwijl je hem elk kwartaal op de bank terugziet.
Een liquiditeitsprognose is weer iets anders: de bijgewerkte verwachting voor de komende maanden, op basis van wat er nu werkelijk openstaat. De begroting maak je één keer, de prognose ververs je steeds. Dit artikel gaat over de begroting, het jaarplan.
Van exploitatiebegroting naar bankrekening
Begin met je exploitatiebegroting per maand en zet daar drie correcties overheen.
Schuif met de betaaltermijnen. Verschuif de omzet met het aantal dagen dat je klanten gemiddeld nodig hebben om te betalen, en de inkoop met de termijn die jij bij je leveranciers aanhoudt. Betalen klanten na 40 dagen, dan komt het grootste deel van de omzet van januari in februari binnen, en een factuur van eind januari pas in maart.
Zet erbij wat wel geld is maar geen kosten. Investeringen op het moment dat je ze betaalt, aflossingen op leningen, de btw-afdracht per kwartaal, de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting en een eventuele dividenduitkering of privéopname.
Haal eruit wat wel kosten is maar geen geld. Afschrijvingen gaan eruit. Het vakantiegeld verschuift: in je resultatenrekening reserveer je elke maand een twaalfde, op de bank gaat het in één keer in mei.
Wat overblijft is per maand een lijst ontvangsten en uitgaven, een netto mutatie en een eindsaldo dat doorloopt naar de volgende maand.
Een ingevuld voorbeeld, eerste halfjaar
Een groothandel met een beginsaldo van 40.000 euro op 1 januari, fictieve cijfers. In de exploitatiebegroting staat een gezonde winst. Kijk wat er op de bank gebeurt.
| Bedragen in euro | jan | feb | mrt | apr | mei | jun |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beginsaldo | 40.000 | 20.000 | 23.000 | 8.000 | -8.000 | -23.000 |
| Ontvangsten van klanten | 76.000 | 80.000 | 84.000 | 86.000 | 88.000 | 90.000 |
| Inkoop en leveranciers | 35.000 | 37.000 | 39.000 | 40.000 | 41.000 | 42.000 |
| Loonkosten | 31.000 | 31.000 | 31.000 | 31.000 | 31.000 | 31.000 |
| Vakantiegeld | 0 | 0 | 0 | 0 | 22.000 | 0 |
| Vaste lasten | 6.500 | 6.500 | 6.500 | 6.500 | 6.500 | 6.500 |
| Btw-afdracht | 21.000 | 0 | 0 | 22.000 | 0 | 0 |
| Investering (bestelbus) | 0 | 0 | 20.000 | 0 | 0 | 0 |
| Aflossing lening | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 |
| Netto mutatie | -20.000 | +3.000 | -15.000 | -16.000 | -15.000 | +8.000 |
| Eindsaldo | 20.000 | 23.000 | 8.000 | -8.000 | -23.000 | -15.000 |
De omzet groeit elke maand en het bedrijf is winstgevend. Toch staat de rekening van april tot en met juni rood. Drie posten vallen samen: de bestelbus in maart, de btw-afdracht in april en het vakantiegeld in mei. Geen van drieën is een verrassing, maar zonder liquiditeitsbegroting zie je ze pas als ze van de rekening gaan.
Daarom maak je hem in november. Nu kun je nog kiezen: de bus in juli in plaats van maart, een kredietruimte van 25.000 euro regelen voordat je hem nodig hebt, of de betaaltermijn van je grootste klanten aanscherpen. In april is die keuze er niet meer.
De posten die bijna iedereen vergeet
- Btw per kwartaal. Vier keer per jaar een uitschieter, en in januari valt hij samen met een vaak trage december.
- Vakantiegeld in mei. Ongeveer 8 procent van het brutoloon over een heel jaar, in één maand.
- Voorlopige aanslag vennootschapsbelasting. Per maand of in één keer, afhankelijk van hoe je betaalt.
- Jaarlijkse premies en licenties. Verzekeringen, softwarecontracten en lidmaatschappen die in één keer worden afgeschreven.
- Dividend en privéopnames. Staan in geen enkele exploitatiebegroting, wel op de bank.
- Aflossingen. De rente is een kostenpost, de aflossing niet, en juist die laatste is vaak het grotere bedrag.
Leg de begroting naast de werkelijkheid
Een begroting die je in november maakt en in december opbergt, heeft weinig zin. De waarde zit in de vergelijking: elke maand de werkelijke cijfers naast het plan, en kijken waar het afwijkt.
Loopt de omzet voor op de begroting maar het saldo achter, dan betalen je klanten trager dan je had aangenomen. Dat is een signaal om op te reageren, niet iets om aan het eind van het jaar te constateren.
In je boekhoudpakket staat de begroting meestal per grootboekrekening per periode, dus als exploitatiebegroting. Staat hij daar, dan zet het liquiditeitsdashboard budget en realisatie naast elkaar, alleen over de maanden waarvoor je budget hebt ingevoerd. Daarnaast laat het de prognose van je saldo zien voor de maanden die nog komen. Zo zie je in één overzicht of het resultaat volgens plan loopt en wat het geld doet.
Het dashboard draait in Claude, gekoppeld via Exact AI Connect of de variant voor AFAS en Twinfield. Staat er geen begroting in je pakket, dan blijft de budgetkaart leeg met uitleg erbij, in plaats van met nullen.
Die vergelijking is natuurlijk alleen zo goed als de cijfers eronder. Wil je daar zeker van zijn voordat je gaat vergelijken, dan loopt de checklist voor je maandafsluiting na of de maand compleet is en of de balans aansluit. Beide overzichten staan bij de financiële dashboards.
Wij vinden dat een begroting geen jaardocument is maar een meetlat. Wie hem elke maand naast de cijfers legt, stuurt in maart bij in plaats van zich in december te verbazen.
Klaar om te beginnen? Start je gratis proefperiode →
Probeer deze vragen in je eigen AI-assistent
- "Zet mijn begroting van dit jaar per maand naast de werkelijke cijfers, en laat de grootste afwijkingen bovenaan zien."
- "Welke eenmalige uitgaven van de afgelopen twaalf maanden hoor ik in de begroting van volgend jaar op te nemen?"
- "Hoeveel btw heb ik het afgelopen jaar per kwartaal afgedragen, en hoeveel vakantiegeld in mei?"
- "Wat is de gemiddelde betaaltermijn van mijn klanten en van mijn leveranciers over de laatste zes maanden?"
Voordelen en aandachtspunten
Voordelen van een liquiditeitsbegroting: je ziet krappe maanden een halfjaar van tevoren, je kunt een investering of een kredietaanvraag onderbouwen, en je hebt een meetlat om de rest van het jaar naast te leggen.
Aandachtspunten: een begroting is zo goed als de aannames erachter, vooral de betaaltermijn van je klanten; neem die uit je administratie in plaats van uit je algemene voorwaarden. De vergelijking met de werkelijkheid werkt alleen als je begroting per periode in je boekhoudpakket staat. En voor het dashboard heb je het Analytics-abonnement en een betaald Claude-abonnement nodig.
Veelgestelde vragen
Een exploitatiebegroting gaat over omzet en kosten en eindigt met een resultaat. Een liquiditeitsbegroting gaat over ontvangsten en uitgaven en eindigt met een banksaldo. Het verschil zit in betaaltermijnen, btw, investeringen, aflossingen en afschrijvingen.
Voor de vergelijking met de werkelijke cijfers wel. Begrotingsregels worden alleen gelezen, dus invoeren doe je in je boekhoudpakket zelf. Voor de prognose is een begroting niet nodig; die rekent met je saldo, je openstaande posten en je historie.
Als onderbouwing wel. Banken vragen bij een financiering meestal om twaalf maanden, soms in een eigen format. Vul dat dan in met deze cijfers, en zet de aannames erbij: welke betaaltermijn, welke omzetgroei en welke investeringen.
Per maand, met de grote posten apart. Lonen, inkoop, btw, investeringen en aflossingen als losse regels; kleine vaste lasten mogen bij elkaar. Meer detail maakt hem niet beter, alleen moeilijker bij te houden.
Dan klopt de begroting niet, en dat is normaal. Werk hem niet met terugwerkende kracht bij; laat hem staan als plan en gebruik de prognose voor de bijgewerkte verwachting. Het verschil tussen die twee is precies wat je wilt weten.